verf met advies

Verf-met-advies.nl

Verven, beitsen, vernissen
 

Verven worden ingedeeld in twee grote groepen naargelang de gebruikte oplos - en bindmiddelen: verven op solventbasis en waterhoudende verven.
Bij verven op basis van solvent wordt het bindmiddel verdund met white spirit, terpentine of een ander mengsel van koolwaterstoffen.
 

Solventgedragen verven:

hebben een goede mechanische weerstand
kunnen vlot worden verwerkt
hebben een mooie vloeiing
mogen zeker niet te rijkelijk worden aangebracht om lopers te voorkomen
kunnen meestal pas na 24 uur worden overschilderd
het verfmateriaal moet achteraf worden schoongemaakt met een solvent (white spirit, thinner).
Bij verven op basis van water (acrylaat-, vinyl en latexverven) bestaat het vluchtige deel uit water.

Verven op waterbasis:

zijn reukloos
vergelen niet
drogen snel (na 6 tot 8 uur zijn ze overschilderbaar)
zijn gemakkelijk aan te brengen maar worden snel te dun uitgestreken, wat de vloeiing bemoeilijkt. Ze moeten rijkelijk worden aangebracht, ze moeten kort worden opengestreken en ze moeten licht worden nagestreken. Gebruik bij voorkeur een langharige borstel.
het verfmateriaal kan achteraf met gewoon water worden gereinigd.

Naast deze twee soorten zijn er ook de "natuurverven", die als bindmiddel plantaardige oliën hebben.
Vooral voor speciale verftechnieken wordt nog gebruik gemaakt van producten op oliebasis, die langzamer drogen zodat het oppervlak gemakkelijker kan worden behandeld en zodat fouten kunnen worden gecorrigeerd. Bepaalde technieken zoals sjabloneren vereisen trouwens een speciale verf.
Een verfsysteem is opgebouwd uit een aantal verfsoorten, die bedoeld zijn voor een bepaalde ondergrond, die bij elkaar aansluiten en dus het best in combinatie met elkaar worden gebruikt. In het algemeen zijn er drie soorten:
de grondlaag (primer)
de tussenlaag (voorlak)
de eindlaag.
Met een verfsysteem beperkt u het aantal schilderbeurten tot een strikt minimum. Voor sommige toepassingen is het verfsysteem samengebracht in één product ('éénpotsysteem').

Enkele weetjes

Verf met hoogglans is beter bestand tegen vuil en water. Bovendien is een dergelijke verf makkelijker afwasbaar. Een nadeel is wel dat ze oneffenheden meer in de schijnwerpers zet, zodat de ondergrond heel minutieus moet worden voorbereid.
Matte verf, die minder bestand is tegen weer en wind, is in het algemeen niet geschikt voor gebruik buitenshuis.
Belangrijk om te weten: verf voor buitentoepassingen mag normaal gezien ook binnen worden gebruikt, wat omgekeerd niét het geval is.
Ademende verf laat een beperkt transport van waterdamp doorheen de verffilm toe. Dit kan nodig zijn om condensatieproblemen te voorkomen, bijvoorbeeld bij houtwerk waarin zich waterinfiltraties kunnen voordoen. Dakgoten zijn hiervan een goed voorbeeld.
Een gesloten verfsysteem geeft precies het tegenovergestelde effect. Een dergelijk systeem is bijvoorbeeld een absolute must als u ferrometalen buitenshuis moet verven.
Kijk altijd naar het rendement van een verf, dat wil zeggen het uitstrijkvermogen. Dit wordt uitgedrukt in m² per liter. Hoe meer m², hoe minder verf u nodig zult hebben.
Vernissen zijn hoofdzakelijk bestemd voor de verfraaiing en bescherming van houten ondergronden binnenshuis, waarvan de eigen kleur en de structuur zichtbaar moeten blijven.
Er bestaan verschillende soorten:
waterverdunbare polyurethaan en acrylvernissen
alkydharsvernissen
zuurhardende vernissen
nitrocellulosevernissen.
Beitsen beschermen hout tegen de weersinvloeden, geven het eventueel een kleur en laten toch de houtstructuur zichtbaar. Beits is eenvoudiger aan te brengen dan verf, maar vooral transparante beitsen voor buitenshuis houden minder goed.

Tip:

Bereid een te verven oppervlak altijd op de juiste manier voor en pas de juiste producten toe. Elke fabrikant heeft zijn eigen verfsystemen, zodat de toepassingsdetails soms verschillen.

Hout
De voorbehandeling kan, afhankelijk van de staat van het hout, heel uitgebreid zijn:
aangetast hout vervangen
ruwe plekken fijn schuren
ontstoffen
ontvetten
kale delen bijwerken met een grondlaag.
Hout kan dekkend worden behandeld met een acrylaatlaksysteem, of transparant met vernis of met een beitssysteem.
Gebruik voor beitsen altijd gepigmenteerde lagen of een dito éénpotsysteem.
Voor hout van mindere kwaliteit verdienen verven de voorkeur.
Op eik zet u het best geen acrylaatlaksysteem.
Vochtig hout (vochtgehalte: 15 tot 20 %) overschildert u best met een ademend systeem.
Erg vochtig hout (vochtgehalte > 20 %) moet eerst worden behandeld met een product dat geen film vormt.

Ferrometalen 

Bij ferrometalen (staal, gietijzer, …) moet u het oppervlak eerst grondig reinigen en het geheel ontroesten met een stalen borstel, een stuk schuurpapier of een slijpschijf. Indien nodig moet u zoutaanslag wegwerken. Ontvet ferrometalen NOOIT met ammoniakwater. Ferrometalen vragen om een diep indringende roestwerende primer - twee als ze zich in een agressief milieu bevinden - plus een aantal afsluitende lagen als afwerking en tegen vochtindringing. U kunt ze verven met solventverven, acrylaatverven of een verfsysteem met twee componenten.

Nonferrometalen 

Aluminium, koper en zink moet u goed reinigen en ontvetten met ammoniakwater (thinner voor aluminium). Daarna moet u het geheel opschuren en eventueel ontdoen van zoutuitslag. Geoxideerde oppervlakken maakt u schoon met een metalen borstel. Als de zinklaag van gegalvaniseerd staal grotendeels is verweerd, kunt u het oppervlak behandelen als een ferrometaal. Nonferrometalen kunt u behandelen met solventverven of acrylaatverven. Ook een verfsysteem met twee componenten is uitermate geschikt. Zink en gegalvaniseerd staal moeten minstens één jaar aan de weersomstandigheden worden blootgesteld vooraleer u er een verflaag op kunt zetten. Gebruik nooit acrylaatverven op mechanische rolluiken.
Voor beton, cement, cellenbeton en metselwerk kunnen waterverdunbare en synthetische verven (voor een sterk vervuilde omgeving) worden gebruikt.

Beton 

Beton kan pas worden geschilderd wanneer al het niet chemisch gebonden water is verdampt.
Bij beschadigd of verroest gewapend beton moet eerst alle broos beton worden weggehaald.
Ijzer dat te dicht bij de oppervlakte ligt, moet worden weggehakt met een beitel. Ontroest met een stalen borstel, breng twee lagen antiroestmiddel aan en vul het geheel op.
In scheuren, holtes en afbrokkelende hoeken verwijdert u alle niet hechtende delen met een beitel en een stalen borstel en vult u de gaten op met cement of een speciaal product.

Cement 

Een loskomende cementbepleistering moet worden verwijderd en opnieuw gecementeerd. Barsten en scheuren moeten worden overbrugd met een elastische gevelbekleding. Ook hier moet niet chemisch gebonden water eerst verdampen, zodat het alkalische karakter van het materiaal vermindert.

Cellenbeton 

Cellenbeton is erg poreus van aard. Daarom is een aangepast impregnatiemiddel noodzakelijk. Borstel het oppervlak vooraf met een harde borstel. U kunt cellenbeton dan afwerken met 3 lagen speciale acrylaatverf voor gevels. Als er veel onregelmatigheden in het cellenbeton zitten, dringt een structuurproduct zich op. Dat wordt achteraf eventueel bedekt met een laag satijnglanzende acrylaatverf die tegen vuilafzetting beschermt.

Baksteen 

Baksteenmetselwerk moet voldoende droog zijn voor u het kunt schilderen. Verweerde baksteenvoegen moet u verwijderen en vervangen. Mossen, algen en schimmels wijken voor bleekwater. Op baksteen wordt meestal satijnglanzende acrylaatverf aangebracht. Een gebrekkige hechting kunt u verhelpen door eerst een speciale hechtingslaag aan te brengen. Bij een twijfelachtige of een poederende ondergrond brengt u eerst een speciaal fixeermiddel aan, waarna u het oppervlak kunt afwerken met een waterverdunbare verf.

PVC 

Dakgoten en afvoerpijpen in PVC kunnen, nadat ze zijn ontvet, met waterverdunbare en synthetische verven worden behandeld. Doe altijd eerst een hechtingstest, zeker wanneer u acrylaatsystemen gebruikt.
Vochtige ondergrond
Op doorlopend vochtige ondergronden zoals een tuinmuur, de onderkant van balkonterrassen of vrijstaande muren hoort een ademend verfsysteem.

Decoratieve interieurtechnieken 

Decoratieve technieken nodigen u uit om met kleuren en nuances te spelen. Sommige technieken kunt u, mits een beetje handigheid, zelf toepassen. Andere methoden worden het best aan gespecialiseerde vaklui overgelaten.
De meest frequent gebruikte technieken zijn:
stucco Veneziano
spatelato de luce
sponzen
tamponneren
marmeren
deppen
spatten.

het meest gebruikt.

Gewone kwasten (ca. 10 cm breed) worden gebruikt om glaceer - en zijdeglansverf aan te brengen en voor het aflakken en vernissen.
Kleinere kwasten (2 cm breed) zijn handig voor de behandeling van kleine vlakken.
Ronde of ovale kwasten zijn geschikt voor sponningen, kozijnen, plinten en deuren.
Met radiatorkwasten bereikt u probleemloos moeilijk bereikbare hoekjes achter buizen en radiatoren.
Verfrollers vergemakkelijken het schilderen van grote oppervlakken. Een verfbak en een rooster zijn nodig om de verf op te vangen.
Een verfrol uit wol absorbeert meer verf dan een synthetisch exemplaar.
Een verfroller met korte haren tot 10 mm zorgt voor een fijner en gladder resultaat dan een verfroller met langere haren.
Fijne en smalle verfrollers, waaronder de radiatorroller, worden gebruikt voor het verven van moeilijk bereikbare plaatsen.

Aan de slag 

Zet eerst bloembakken en andere mogelijke struikelblokken uit de weg als u buiten aan de slag gaat.
Scherm woningelementen die niet worden geschilderd (bijvoorbeeld blauwe hardsteen) af. Eventueel kan een kleurloos, waterafstotend product de sierstenen in de gevel extra beschermen. Mors met dit product nooit op andere verven.
Doe eerst alle voorbereidingswerken. Zo vermijdt u dat natte verf vol stof komt te zitten.
Nieuwe constructies moeten minstens 6 maanden uitdrogen. Neem bij vochtinfiltraties eerst de oorzaak weg.
Het te verven oppervlak moet proper, vorstbestendig en vrij van zoutuitbloeiingen zijn. Werk voegen indien nodig bij met een voegmiddel dat ook geschikt is voor de behandeling van barsten.
Was ontkistingsolie op beton af met een speciaal product. Spoel daarna alles af met veel water en laat het geheel voldoende drogen.
Verwijder slecht hechtende oude verflagen en herstel losgekomen cementbezetting of pleisterwerk.
U kunt glanzende verf mat schuren met waterproof schuurpapier.
Vul aansluitingen met houtwerk en niet waterdichte voegen op met een blijvend elastische, overschilderbare kit. Gebruik hiervoor een polyurethaankit, geen siliconenkit want die laatste kan niet worden overschilderd.
Roer verfproducten altijd goed om. Verdun ze alleen indien de gebruiksvoorschriften dat vereisen, en gebruik in dat geval uitsluitend de aanbevolen verdunner.
Met de rol: neem telkens een kleine hoeveelheid verf die u op de rol verdeelt met behulp van het speciale rooster. Breng de verf eerst in verticale banen aan en druk daarbij zeker niet te hard. De volgende laag kunt u horizontaal aanbrengen. Eindig altijd verticaal.
Met de borstel strijkt u om te beginnen de verf uit over de hele breedte van de bovenste strook. Verdeel daarna de verf in kleine verticale banen en ga er nog eens horizontaal over. Effen tenslotte de verf van onder naar boven zonder te hard te drukken. Werk een oppervlak altijd in één keer af, anders krijgt u onvermijdelijk kleurverschillen.
Buiten respecteert u het best een bepaalde volgorde. In grote trekken: begin met de dakgoot, pak daarna de gevel aan en neem tenslotte het houtwerk onder handen. Eenzelfde volgorde is aan te raden op kleinere schaal, bijvoorbeeld voor een raam.
Verf eerst de centrale vensterroeden. Doe dat van boven naar onder en achtereenvolgens verticaal en horizontaal. Daarna komt het omringend kaderwerk aan de beurt. Werk altijd in éénzelfde richting. Begin linksonder de raamlijst en verf naar boven. Doe dan het horizontale stuk. Werk van rechtsboven naar onder en eindig met de waterlijst. Laat geen verfdruppels achter op de onderkant van het raam, want hierdoor zal het achteraf slecht sluiten. Zet de ramen wijd open als u het kozijn schildert en laat ze daarna op een kier staan tot de verf volledig droog is. Omwille van de droogtijd kunt u beter 's ochtends vroeg beginnen, zodat de ramen 's avonds droog zijn. Dan kunt u ze 's avonds probleemloos sluiten. Controleer na het verven altijd de onderste regel aan het kozijn. Die heeft vaak aan de onderzijde een groef die verhindert dat de regen over de muur naar beneden loopt. Verwijder de verf die eventueel in die groef is terechtgekomen.
Bij deuren met een paneelindeling schildert u eerst de panelen van links naar rechts en van boven naar beneden. Daarna volgen de middenstijlen en de dwarsregels, telkens van boven naar beneden. Vervolgens is het de beurt aan de buitenstijlen, eerst langs de scharnierzijde en vervolgens langs de slotkant. Dan volgen de deurdorpel, de buitenstijl aan de scharnierkant en het kozijn. Een vlakke deur verdeelt u in gedachten in acht stukken. Verf eerst het stuk linksboven, daarna het stuk rechtsboven en werk zo naar beneden toe. Eindig met het kozijn en de randen van de deur.
Verwijder tijdens het werk alle vlekken en spatten meteen met water of solvent. Spatten op vensterruiten laat u het best opdrogen. Daarna kunt u ze probleemloos afkrabben. Verwijder stofdeeltjes met een licht bevochtigde doek vóór u de laatste laag aanbrengt. Staak de werkzaamheden als er te veel wind staat. Stop ook als het te fris of te vochtig is, want in dergelijke omstandigheden droogt de verf niet en verliest de lak zijn glans. Gebruik nooit watergedragen acrylaten als de temperatuur onder 8° C zakt.
Breng beits altijd in de nerfrichting aan. Werk met kleine hoeveelheden om vlekken te vermijden. Als u beits overlappend aanbrengt, kunnen er kleurverschillen ontstaan. Schuur na het aanbrengen van de eerste laag beits het geheel lichtjes op met fijn schuurpapier. Verwijder stof met een doek met terpentine en smeer de volgende lagen uit. Vergeet de onderkant van de deur niet, anders kan daar vocht binnendringen.
Reinig borstels en rollen meteen met water, met een solvent of met een speciaal product. Laat ze drogen en pak ze in aluminium of plasticfolie in. Dat laatste voorkomt ook uitdrogen als u meerdere dagen na elkaar moet werken. Verwijder de verf in de rand van de pot, doe het deksel goed dicht en houd de pot even ondersteboven. Bewaar de pot daarna rechtopstaand op een koele, droge en vorstvrije plek. Restjes verf die u niet wilt bewaren, horen op het containerpark thuis.
Wanneer u werkt met oplosmiddelhoudende verven binnen een gesloten ruimte, is een goede ventilatie van essentieel belang. U moet vooral voorzichtig omspringen met schimmelwerende verven en met houtbeschermingsmiddelen met biocide eigenschappen. Het giftige lood wordt nog steeds gebruikt in roestwerende verven voor buitenshuis.